dinsdag 16 december 2014

Integrrrration



Wanneer zijn de verkiezingen? Na drie jaar heeft de zittende premier het recht om verkiezingen uit te schrijven in Denemarken. 2015 wordt dus het jaar van de verkiezingen in Denemarken, al weet niemand nog precies wanneer. Ja, misschien de premier zelf, en een paar ingewijden.

Voor de zekerheid brengen de politieke partijen hun verkiezingsmachines alvast onder stoom. De grote vraag daarbij is wat Het Thema van de verkiezingen zal zijn. De vorige verkiezingen gingen om de economische ontwikkeling van Denemarken. Nu lijkt het erop dat dat het Deense vreemdelingenbeleid zal zijn.

Niet zo gek, aangezien er hier, net zoals in de rest van Europa, meer en meer vluchtelingen komen. Voornamelijk Syriërs. Waar laat je ze, is de eerste vraag. In een piepklein dorpje zonder verdere voorzieningen is misschien niet een goed idee...

Het is ook niet gek dat je dan terugkijkt om te zien hoe het is gegaan met die andere vluchtelingen en immigranten die in de afgelopen jaren hier zijn gekomen. En dan lees je artikel na artikel over al die niet-westerse immigranten die maar met z'n allen in de bijstand zitten, tegen kerstbomen en varkensvlees zijn, en vóór hoofddoekjes.

Ik kan me er nog steeds over opwinden, over het niveau waarop de integratie-discussie zich bevindt, ook al omdat het wel dichtbij komt. Ik ben namelijk óók immigrant, al zou ik dat soms bijna vergeten, en immigrantenkind. Dat laatste realiseer ik me steeds meer naarmate ik hier langer woon.

Maar vanochtend zei K. iets wat me aan het denken zette. Ik las stukken voor uit het hoofdartikel van Jyllands-Posten vandaag en raakte steeds meer opgewonden, toen hij zei “Ik ben opgehouden de integratie-discussie in Denemarken te volgen toen ik me realiseerde dat het helemaal niet meer om een inhoudelijke discussie gaat.”

En inderdaad. Want waar maakte ik me nou zo druk om? Om een opiniepeiling die vertelt dat zestig procent van de Denen vindt dat immigranten niet hard genoeg hun best doen om te integreren. En dan drie deskundigen erbij die zeggen dat het inderdaad toch wel heel erg is.

Lees de eennalaatste zin nog eens over.

[leespauze]

Het gaat erom dat zestig procent Denen iets vindt. Maar het zegt niks over of het zo is, en op grond waarvan dan wel. Wanneer doe je je best om te integreren? Wanneer ben je voldoende geïntegreerd? Hoe ziet de ideale integratie eruit?

En dan nog wat. De hele tijd gaat het over de nieuwkomers die iets moeten, of juist laten. Maar wat doen de ontvangers, de autochtonen, zelf aan integratie – behalve belasting betalen aan de staat die daar dan integratiedingen mee doet? Integratie is een wederzijds proces – de een past zich aan, de ander schikt wat in. Dat gaat nooit helemaal zonder wrijving, helaas. Maar die wederzijdsheid op het persoonlijke vlak, daar hoor je niemand over.

Een voorbeeld. Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, dat is een eis die aan alle immigranten, waar ook ter wereld, wordt gesteld. Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer is op z'n allersimpelst: boodschappen doen, fietsen, naar de kroeg. Vooral in het begin is dat eng, want het is allemaal in een andere taal, je begrijpt dingen niet, je bent bang dat je je belachelijk maakt.

Maar goed, die angst overwin je, alleen al omdat je niet anders kan, en dan ontmoet je andere mensen. Denen dus. Als die dan van me weglopen, of me negeren wanneer ik in de buurt kom, dan ben ik het niet, die niet aan het maatschappelijk verkeer deelneemt. Dat is de Deen of Deense, die zich afwendt.

Die doet dat meestal niet uit hufterigheid. Die doet dat omdat die geen zin heeft in moeilijk gedoe – taal, misverstanden, bang om overvraagd te worden. En dat kan. Soms is er in je leven even geen tijd voor moeilijk gedoe. Dus dan ontwijk je dat probleem.

Maar zo ontstaat er wel een probleem voor mij: hoe word ik in een winkel geholpen zonder dat de verkoper mij helpt? Hoe vraag ik de weg zonder een Deen die antwoordt? Hoe bestel ik een biertje zonder kroegbaas? Negeren is voor mij geen optie.

Ik kan niet deelnemen aan het maatschappelijk verkeer als Denen mij negeren. Ik kan geen Deens leren als niemand met mij wil praten, behalve de leerkrachten op school. Zoals je neuken, of voetbal, uiteindelijk leert in de praktijk (en niet uit een boek) kan integratie niet zonder nader menselijk contact. Je afwenden en roepen dat de staat daar maar voor moet zorgen, is voor sommige dingen geen optie. Het is wel lekker makkelijk.

Maar dat is dus precies wat er gebeurt, met instemming van politici die het integratievraagstuk zien als een gebruiksvoorwerp om zichzelf en hun partij te kunnen profileren. Ook lekker makkelijk.

Maar lost het wat op? Nee. Integendeel. In verbale wedstrijdjes waarin iedereen elkaar opjuint om dingen weer net even wat scherper te zeggen, verruwt het spel.

Afijn. Voor de goede zaak ben ik in het Deens in de pen geklommen om weer eens wat over integratie te roepen, en Jyllands-Posten heeft geluisterd :-)

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen