maandag 24 november 2014

Sorteper

Op het gevaar af een rel te ontketenen wil ik ook een duit in het zakje doen inzake (… tromgeroffel...): Zwarte Piet!

Tot mijn grote verbazing reikt het verschijnsel Zwarte Piet tot in Denemarken, en dat helemaal zonder Sinterklaas. Allen heet hij hier sorteper. Sort = zwart, Per = Peter/Piet.

 

Eigenlijk speel ik vals want het gaat niet om Zwarte Piet, maar zwartepiet. Zoals in het kaartspel zwartepieten waarin degene, die blijft zitten met de schoppenboer, heeft verloren. In het Deens heet een schoppenboer, als je zwartpiet, sorteper. En schoppenboer is 'spar knægt' in het Deens. Ja, knægt betekent knecht. Ook dat nog. Knægt wordt trouwens ook gebruikt in de betekenis van 'rotjongen'. Verder heb ik het mannen ook bijna liefkozend horen gebruiken tegen elkaar, ongeveer zoals luidruchtige mannen in een Amsterdams café tegen elkaar kunnen roepen 'Hé pik!'

Maar ik dwaal af.

De figuurlijke betekenis van 'zwartepiet' in uitdrukkingen, zoals in het Nederlands 'iemand de zwartepiet toespelen', bestaat hier ook, alleen met kleine nuanceverschillen.

Hvem tager sorteper? Wie neemt de zwartepiet? Denen 'nemen' de zwartepiet – dat betekent dat ze de verantwoordelijkheid nemen voor een onaangename taak.

Of ze 'zijn' de zwartepiet. Jeg frygter, jeg bliver sorteper. Ik ben bang dat ik de pisang ben. Sorteper is de verliezende partij in een conflict.

Een zwartepiet wordt dus niet toegespeeld. In het Deens dan hè.

Wel degelijk een Deense speelkaart B = bonde = boer
Merk op dat we in de Nederlandse vertaling een restje tegenkomen uit een ander deel van het Nederlandse koloniale verleden, en wel het Oost-Indische deel (in tegenstelling tot het West-Indische deel, zijnde Suriname en de Nederlandse Antillen). Pisang betekent banaan in het Maleis.

Is het niet opmerkelijk dat er van het Nederlands-Indische koloniale verleden zo weinig overgebleven is in de Nederlandse cultuur? We hebben de pisang, die is denk ik nog wel een beetje algemeen, net als sateh en nasi. Maar andere uitdrukkingen zoals 'senang' (je lekker voelen), 'kakkies' (voeten), 'barang' (bagage), 'kongsi' (kliek, clubje) en 'blauwe hap' (nasi goreng zoals geserveerd in kantines in het leger) zijn toch meer voor gevorderden. En een Indische tegenhanger van Zwarte Piet: mij niet bekend.

Niet dat ik wil zeggen dat het nou zo fijn is dat het West-Indische koloniale verleden juist in de vorm van Zwarte Piet zo'n prominente plaats inneemt in de Nederlandse cultuur. Maar ik vind het wel opmerkelijk als je die impact vergelijkt met de impact van de andere kolonie die Nederland erop na hield.

Tenslotte wil ik nog kwijt dat we van de hele Zwart Piet-controverse kunnen leren dat het grofweg honderdvijftig jaar duurt voor een emigrant/allochtoon door autochtonen als een van de hunnen in de armen word gesloten. Als emigrant word ik daar toch een beetje treurig van.

Drechsler 217 - sorteper, Sorte Per, kortspil, Hej, jeg
Sorteper. Spel en ook populaire (ouderwetse) poezennaam

dinsdag 18 november 2014

Groenland, gekleurd door de geschiedenis


Je zou het bijna vergeten en in het dagelijkse leven merk je er niet veel van, maar Groenland is een deel van het Deense Koninkrijk. Daarom zijn het ook de Denen, die zich druk maken over een deal voor een onderhoudscontract die de Amerikanen hebben gesloten met een Deens bedrijf na een aanbestedingsronde.

Klinkt saai? Het wordt spannend: landjepik, minderheden, Koude Oorlog...

Thule Air Base ligt aan de linkerkant van Groenland. Groenland is groter dan Noorwegen, Zweden en Finland bij elkaar, en ligt nóg noordelijker.

Maar ook westelijker. Dichter bij de VS dus. En in de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Amerikanen Groenland als een springplank om vanuit de VS naar Europa te komen.

Dat was een beetje pikant, omdat Groenland Deens is en in die periode 'onder' Nazi-Duitsland viel, maar zo ver kwamen de Duitsers niet. In Washington zat een erg eigenwijze Deense ambassadeur, Henrik Kauffmann, die op eigen houtje goedkeurde dat de Amerikanen daar een luchtbasis mochten bouwen.

De Denen wilden na de oorlog de Amerikanen weer weg hebben. De Amerikanen wilden hun luchtbasis en eigenlijk heel Groenland wel hebben en deden een bod: honderd miljoen dollar. Maar de Denen sloegen dat af. Best een woeste daad, als je nagaat hoe het land na de Tweede Wereldoorlog om geld verlegen zat.

De luchtbasis bleef gewoon bestaan, al bleef dat een teer punt tussen Denemarken en de VS. Aan de ene kant moesten ze als trouwe NATO-bondgenoten meedoen met de Koude Oorlog. Aan de andere kant wilden ze toch een schijn van onafhankelijkheid en neutraliteit ophouden, want Sovjet-Rusland zat wel erg dichtbij. Een deel van Denemarken is zelfs aan het eind van de Tweede Wereldoorlog nog even bezet geweest door de Russen: het eiland Bornholm.

En wat vonden de Groenlanders daar nou van?

Die hadden in de Tweede Wereldoorlog van de vrijheid geproefd. De Denen hadden tot die tijd het land afgesloten voor de vrije handel, maar in de oorlog golden die regels niet meer. Het land dekoloniseerde rap. Denemarken probeerde nog te redden wat er te redden viel. Zo kreeg het in 1953 de status van een gewone Deense provincie, in 1979 kreeg het zijn eigen parlement, en in 2009 werd Groenlands de officiële voertaal.

Nu 'doet' Denemarken alleen nog Buitenlandse Zaken en Defensie voor Groenland. Verder staan ze er zelf voor – met z'n zesenvijftigduizenden.

Groenland heeft op een aantal punten heel andere belangen dan Denemarken. Zo was lidmaatschap van de EU, met bijbehorend visserijbeleid, niet handig voor de Groenlanders, die buiten de visserij niet veel andere middelen van bestaan hebben. Daarom stapten ze uit de EU.

Verder schijnt Groenland enorm veel kostbare grondstoffen te bezitten. Alleen is het erg moeilijk om daar bij te komen, zo onder het ijs en de sneeuw. En de gevolgen voor het milieu zijn ook niet te overzien.

Veel Groenlanders willen wel af van de Deense bemoeizucht (vermengd met een slecht geweten over de koloniale uitbuiting). Ze willen graag zelf hun zaken regelen, en niet gehinderd worden door Denen die de Groenlandse natuur en het Groenlandse 'natuurvolk' willen beschermen.

Is het trouwens wel beschermen? Diezelfde Deense goede wil leidde in de jaren vijftig en zestig tot een verplichte exodus van jonge kinderen die in Denemarken naar school moesten om daar te worden opgeleid. Daarna moesten ze terug naar Groenland, waar meestal geen werk voor ze was, en waar zich ook niet meer thuis voelden.

Maar ik dwaal af.

Kort samengevat: Groenland is een enorm land met (waarschijnlijk) een godsvermogen aan delfstoffen. En met weinig mensen, en dus met te weinig koop- en menskracht om dat zelfstandig aan te kunnen, dus er moet hulp van buitenaf bij. Hoe onbaatzuchtig is die hulp?

Daarom is dat onderhoudscontract, waarmee dit verhaal begon, zo suspect. Er liep een aanbestedingsprocedure om het onderhoud aan de luchtmachtbasis (van benzinetoevoer tot eerstehulp-dozen tot IT), en vanaf 2015 mag het Exelis dat uitvoeren. Exelis is een papieren bedrijf, gevestigd in een postbus in Helllerup, en eigendom van Vectrus. Vectrus is een gigantisch bedrijf, gevestigd in Chicago, dat het onderhoud doet voor het Amerikaanse leger op allerlei plekken in de wereld.

Maar nu liggen er afspraken, daterend van de jaren vijftig, dat alleen Deense bedrijven onderhoud mogen doen, en dat Groenlandse werknemers dat uitvoeren. Het lijkt erop dat de Amerikanen zich via een postbus onder die afspraken uit willen wurmen.

De Denen werpen zich wel op als de verdedigers van Groenlandse belangen, maar het bedrijf dat het werk nu doet, is een Deens bedrijf waarvan de meeste aandelen in handen zijn van MT Højgaard – een weg-, water- en mijnbouwgigant, gezeteld in Aarhus.

Dit is maar een van de vele voorbeelden die er zijn te geven van de moeizame, ex-koloniale verhouding tussen Groenland en Denemarken. Een verhouding, en een voorbeeld trouwens ook, waarin niet zo makkelijk de 'goeien' en de 'kwaaien' van elkaar zijn te onderscheiden.

En ten slotte: ook een voorbeeld van hoe de geschiedenis zakelijke afspraken overschaduwt met diep gevoelde sentimenten van beide partijen.

Een soort zwartepiet-geschiedenis, maar dan in het wit en heel groot.In afmetingen, en in cold cash.

donderdag 23 oktober 2014

Denemarken en IS


De kwestie-IS heeft een Deense vertakking gekregen, eentje die de Deense gemoederen zo verhit dat alle nieuwsbulletins ermee openen de laatste dagen.

Het gaat om de vrijlating van de man die in februari 2013 een moordaanslag pleegde op Lars Hedegaard.

Lars Hedegaard is historicus, journalist en schrijver. Zie meer hier. In het kort: marxistische geschiedenisleraar met vlotte pen leeft zich uit op islamkritiek. Zijn publicaties zijn nogal polemisch getoonzet. Er werd polemisch teruggedaan, en zoals dat heden ten dage in pittige discussies gebruikelijk schijnt te moeten zijn, werd hij met de dood bedreigd.

En één iemand voegde de daad bij het woord. Vermomd als postbode leverde de 27-jarige B.H. een pakje af bij Hedegaard en schoot hem naar het hoofd. Mis. Daarna ketste het pistool en maakte de nep-postbode zich uit de voeten.

In april 2014 werd de verdachte man aangehouden op een vliegveld in Turkije. Hij heeft een Libanese achtergrond en Deens staatsburgerschap. In afwachting van uitlevering naar Denemarken ging hij de Turkse gevangenis in.

Begin oktober kreeg Lars Hedegaard te weten via de PET (de Deense AIVD) dat de verdachte man was losgelaten. Meerdere verzoeken van de Deense regering om opheldering werden niet gehonoreerd door Turkije. Pas gisteren werd bekend dat de man was berecht door een Turkse rechtbank en daarom was vrijgelaten.

Maar er gingen ook geruchten dat de nep-postbode was uitgeruild, samen met een groep anderen, aan IS. Dit om de Turkse consulaatmedewerkers in Mosul vrij te krijgen, die sinds juni gevangen waren door IS. Die werden overigens in september vrijgelaten.

Als dat waar zou zijn, zit er wel wat in Lars Hedegaard's bewering, dat hij denkt dat de nep-postbode niet in z'n eentje handelde, maar in opdracht van iets of iemand. IS in dit geval – waarschijnlijk.

Maar we weten het niet. Ondertussen wordt de kwestie-Hedegaard politiek gemolken voor wat het waard is door de oppositie, met name door Dansk Folkeparti en Enhedslisten (uiterst rechts resp. uiterst links). De regering moet een daad stellen. Maar welke?

Niet onterecht wijst Søren Pind, lid van de Venstre-partij en parlementslid, erop dat de Turkse woordvoerders niet hebben gezegd waarom B.H. is vrijgesproken door de lokale Turkse rechtbank. Ook is onduidelijk waar de man nu is.

Hedegaard is er overigens niet bang voor dat B.H. terugkomt naar Denemarken om zijn klus af te maken. 'Ze sturen gewoon een ander'.

Ze. IS?

maandag 13 oktober 2014

1864 on TV

Aan de buis gekluisterd zitten. Cola, pinda's, chipito's, en maar kijken! En dan daarna er met z'n allen over praten, de volgende dag. In de tijden van Mies Bouwman en Rudi Carrell ging dat nog, maar nu gaat dat anders

Gisteravond ging '1864' van start – een grootscheepse Deense dramaserie over de oorlog die in Denemarken zulke diepe littekens heeft achtergelaten.

https://www.youtube.com/watch?v=PK4D7C49vjI

 En dan bedoel ik niet de Tweede Wereldoorlog, maar de Tweede Duits-Deense Oorlog. De serie is losjes gebaseerd op twee boeken over die periode van journalist Tom Buk-Swienty – Slægtebank Dybbøl en Dommedag Als. Zie voor meer uitleg hierover hier en hier.

Natuurlijk zat ik ook klaar op de bank om acht uur 's avonds. En ik keek ook mee op Twitter, want tegenwoordig hoef je niet meer te wachten tot de volgende dag om collectief te herkauwen.

Mijn tijdlijn sidderde bij elke BD (bekende Deen) die in beeld kwam. 'Kasper Juul!' Ja, Borgen. 'Brigitte Nyborg!' Idem. Maar ook 'Kaj Holger!' en 'Finn!' – hoofdrolspelers in de series Krøniken en Taxa. Series die niet hun weg hebben gevonden naar Nederland.

De serie zit vol bekende Denen en dat is op zich al leuk. Daarnaast is de serie op bijna BBC-achtige wijze aangekleed, tot in de puntjes verzorgd, heel mooi.

Ik werd alleen niet verliefd op een personage. Een personage moet je grijpen. En dat gebeurde niet, gisteravond. Misschien omdat het de eerste uitzending was, waar alles en iedereen moest worden geïntroduceerd. Zoals gezegd kwam lichting na lichting van de theaterschool voorbij, het was druk op de buis, dus tijd voor intimiteit was er niet echt.

En wat voor intimiteit moest doorgaan, was een onanie-scène, waar drie jongetjes in een hooiberg het edele handwerk bedreven en waarvan er eentje het resultaat in een potje opving. Waar dit alles (de scène, de inhoud van het potje) toe moest dienen, behalve het choqueren van de brave burger, werd me niet duidelijk.

Verder werd er nogal wat afgemept tussen de hoofdpersonen, iets waar mijn twittertijdlijn het nogal moeilijk mee had. Eén mepscène vond ik ook onbegrijpelijk: twee jongetjes worden valselijk beschuldigd van diefstal door De Baron. Vader geeft de jongens een mep, en als later blijkt dat het allemaal een misverstand was, toont vader berouw en nodigt hij zijn zoons uit om hem terug te slaan. Volgens mij loopt hier de serie niet helemaal in de maat met wat de pedagogische inzichten anno 1864 (of ietsje eerder) waren, wat de vader-zoon-verhouding betreft.

Is dit het Deense antwoord op Downton Abbey? Want dat wens ik Danmark Radio wel toe, na alle genoegens met Borgen. Maar ik ben nog niet helemaal overtuigd. Tot nu toe lijdt de serie een beetje aan wat Borgen-3 ook aankleefde: maatschappelijke relevantie. De onderwerpen moesten aanhaken bij de Deense actualiteit, dus dan zagen we Birgitte Nyborg opeens off-character neuzelen over prostitutie of lobbyisten. En in 1864 ging het dan opeens over een moeder die heel dapper verhaal gingen halen bij De Baron, dwars door alle rangen en standen heen. Zo egalitair was Denemarken toen echt nog niet.

Ik geloof dat ik het boek toch leuker vind. Maar volgende week kijk ik weer!

maandag 15 september 2014

Jens Otto Krag, real-life Borgen

Eigenlijk wou hij schrijver worden. En natuurlijk wilde hij ook de wereld veranderen.

Maar het liep anders. Jens Otto Krag werd minister, premier zelfs, een van de vaders van de Deense welvaartsstaat en hij loodste Denemarken de EU (toen nog Europese Gemeenschap) in.

Vandaag is het honderd jaar geleden dat hij werd geboren in Randers. Randers is een kleine drukke stad ten noorden van Aarhus en onder de meeste Nederlanders latent bekend van de handendroogblazer DanDryer. Ik heb tenminste vele malen bijna gedachteloos het etiket van die machine gelezen terwijl ik wachtte tot mijn handen werden droog- en warmgeblazen. Dan Dryer, Randers.

Maar ik dwaal af.

Jens Otto Krag was een veelbelovende leerling. Jong al politiek geïnteresseerd, maar ook romantisch en en druk bezig met schrijven. Een slim jongetje, gekoesterd door zijn moeder, met een vader die er maar steeds niet in slaagde om zijn winkels goed te laten draaien. Steeds moest de (rijke) familie van zijn moeder bijspringen. Tussen zijn ouders was de verstandhouding vaak zo slecht dat ze alleen nog maar via de jonge Jens met elkaar spraken. Een eenzame en eng-verantwoordelijke rol.

Na zijn eindexamen vloog hij uit naar Kopenhagen om economie te studeren en daar gleed hij, bijna zijns ondanks leek het, de politiek in.

De sociaal-democratische politiek, want wat hem fascineerde was hoe je met politieke planning de ergste uitwassen van het kapitalisme kon tegengaan. Naast zijn baan op het ministerie voor Vareforsyning (letterlijk vertaald: warenvoorziening – hield het midden tussen handel en distributie) schreef hij artikelen voor sociaal-democratische bladen en gaf hij lessen op volkshogescholen en partijscholen over economie en financiële politiek.

En zo komen we in een soort real-life Borgen terecht. De prequel, zeg maar. Terwijl de Tweede Wereldoorlog woedde, begon hij alvast het Denemarken van de toekomst te ontwerpen. Hij kon goed schrijven en uitleggen en kreeg een reputatie als denker. Hij schreef 'Fremtidens Danmark', een geschrift van de sociaal-democraten over hoe Denemarken zich sociaal-economisch uit het naoorlogse moeras moest trekken. Al kwamen de sociaal-democraten niet direct in de regering, gezaghebbend was dat boek wèl. En later als minister van (buitenlandse) handel, van economie, van arbeid, van buitenlandse zaken, kreeg hij de gelegenheid om die gedachten in daden om te zetten. Hij leidde drie kabinetten als premier. En als rechtgeaard republikein viel hem ironisch genoeg de eer te beurt als premier om de nieuwe koningin aan Denemarken voor te stellen toen de oude koning overleed.

Maar Jens Otto Krag was ook een levensgenieter. Vanaf zijn studietijd hield hij het vol om na een dag werken stevig de bloemetjes buiten te zetten, om de volgende ochtend om vijf uur nog even te werken aan dossiers en te schrijven aan artikelen. Wein Weib und Gesang, en dan vooral die eerste twee. Hij was een womaniser van jewelste. Vanaf een afstandje, en zeker met 'de kennis van nu', leek het alsof hij gevangen was in een vlucht naar voren. Verdrijf de eenzaamheid met meer werk, en weer een andere vrouw, en nog een, en nog een.

Ten langen leste trouwde hij met Birgit Tengroth, een Zweedse filmster/schrijfster, maar dat huwelijk liep tragisch snel stuk. Toch wierp hij zich in een tweede huwelijk, deze keer met een Deense filmster en theaterdirecteur, Helle Virkner. Ze waren de Kennedy's van Denemarken: glamour en politiek waren een gelukkig huwelijk aangegaan.

Zo leek het tenminste, voor een tijdje. In 1973 kwam het tot een scheiding. Een jaar eerder had hij de Deense nationale politiek vaarwel gezegd, meteen nadat hij Denemarken de EU had ingeloodst.

Na een paar valse starts in andere banen, onder andere hier aan de universiteit van Aarhus, keerde hij terug tot zijn eerste liefde, de schrijverij. Geen fictie, maar mémoires. Hij was toeschouwer in zijn eigen leven geworden, en daar werd hij niet gelukkig van.

Op 22 juni 1978 overleed hij in zijn vakantiehuis in Skiveren, achter de schildersezel, 63 jaar oud.

Dat is Jens Otto Krag in het kort (en grotendeels ontleend aan de spannende biografie van Bo Lidegaard).

Mindebegivenhed - Jens Otto Krag f. 15.9.1914


Even dacht ik dat ik verkeerd was. Mensen in witte pakken drentelden opgewonden rond op de hoek van Jens Otto Krag Plads, maar ik was toch echt bij de herdenkingsplechtigheid van Jens Otto Krag's honderdste geboortedag. Langzamerhand kwamen er meer mensen. Meest zestigers en zeventigers. Wandelstokken. Pijprokers. Hier en daar aanmerkelijk jongere partijtijgers. Er werd veel omhelsd en gegroet. Kameraden.

Op 15 september, om acht uur 's avonds, kwam Jens Otto Krag ter wereld op de Stemannsgade (nu een zijde van het spiksplinternieuwe plein dat zijn naam draagt). Zoon van een tabakshandelaar, later econoom, sociaal-democratisch politicus, uiteindelijk premier van Denemarken, en, allerbelangrijkst: een van de architecten van de Deense verzorgingsstaat (zie meer over hem in mijn andere posting)



Zo'n vijftig, misschien zeventig mensen stonden bij elkaar op het lichtelijk verwaaide plein. Aan twee zijden nieuwbouw (een school en Randers Kunstmuseum), een uitkijkje op Randers' haven, en het oude appartementencomplex waar de kleine Jens Otto woonde met zijn ouders - totdat ze naar een kleiner huis gingen, want vader Krag's zaak liep niet goed.

De mensen in de witte pakken bleken actievoerders tegen de afbraak van de Deense verzorgingsstaat. De rest van het publiek keek een beetje bezorgd naar ze. Die witte clowns zouden hun feestje toch niet gaan verstoren? En ook de familieleden van Krag, hier aanwezig, op hun ziel trappen?



Dat deden ze niet. Geen onvertogen woord viel toen de diverse plaatselijke partijkameraden Jens Otto Krag huldigden. Hun kreten hadden ze al op de stoep en op de straat gekrijt. En ook niet toen zij en Krag's familie bloemen legden bij de buste van Krag. De fotografen renden opgewonden heen en weer en lieten de bobo's de linten aan de bloemen schikken. Binnen twintig minuten was het voorbij.



Maar toen verplaatste de groep zich naar het gemeentehuis van Randers. Daar zou de gemeente een portret van Randers' meest bekende zoon ontvangen, en Helle Thorning-Schmidt, premier en partijgenoot, zou het portret onthullen.

La Helle deed even op zich wachten, en om kwart over elf begonnen de klokvaste Denen wat te morren, maar toen ze eenmaal binnen was en  haar speech gaf, hingen ze aan haar lippen. Ze kan het, die Thorning-Schmidt! Soepel verbond ze haar recente China-reis aan Jens Otto Krag's Europa-politiek, zijn schrijftafel-pragmatisme ('Geef me een bureau, dan zal ik de dingen in orde maken') aan wat in het hedendaagse jargon 'resultaatgerichtheid' heet.


Helle Thorning-Schmidt in haar element

En zo ziet het portret eruit. Staatsman Krag, vervat in een lichte en een donkere zijde. De fascinatie van Denen voor hem hangt niet alleen samen met zijn politieke werk, maar ook met zijn raadselachtige persoonlijkheid. Een kruising tussen Den Uyl en Amy Winehouse.

Met schaduwzijde

Ook Randers' burgemeester Claus Omann Jensen zwaaide Jens Otto Krag lof toe, wat best bijzonder is voor een niet-kameraad, want hij is van de liberaal-conservatieve Venstre-partij. Hij gebruikte ook de gelegenheid om Krag's Europa-gezindheid te koppelen aan de bestrijding van vreemdelingenhaat: 'In Europa zijn we allemaal op verschillende plaatsen geboren, maar we zijn allemaal gelijk geboren'. En dat was, in mijn ogen dan, best een politiek statement want sinds de zomer is de Venstre-partij nogal verdeeld over vreemdelingen. Eén stroming wil immigratie voor sommige groepen makkelijker, en voor anderen (lees: niet-westerse immigranten en vooral moslims) juist moeilijker maken. De andere stroming, waar Omann Jensen blijkbaar toe behoort, is daar fel tegen.


Let op de onvermijdelijke PH-Deens-design-lamp

Daarna ging het buffet open en verdween de smørrebrød als sneeuw voor de zon. Een feestje werd het. Wel wat melancholiek, maar toch: een feestje. Voor de sociaal-democratie en voor Jens Otto Krag, en zijn gedachtengoed. Want hij had dat, en in abundante hoeveelheden, en Denemarken heeft daar wel bij gevaren. Daarover later meer.




vrijdag 29 augustus 2014

Trængsel og alarm

Lees nooit een boek in het openbaar vervoer, het kan tot grote misverstanden leiden.

Gisteren was er groot alarm in Kopenhagen. Een man die zich verdacht, want zenuwachtig, gedroeg, was gesignaleerd op het hoofdstation van Kopenhagen, en later in de metro.
Toen zijn rolkoffertje om- en openviel werd hij helemaal zenuwachtig. Er waren wat snoeren te zien, maar hij borg die snel weer op om weer, zachtjes mompelend, in zijn boek te zitten lezen. Titel: 'War on Terror'.

Een medepassagiere vond het maar niks.

Binnen een paar uur tijd stonden Twitter en Facebook roodgloeiend van de berichten en foto's en oproepen omtrent de man en was de politie in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Maar geen spoor van de man zelf.

Een paar uur later werd de politie gebeld. 'Jullie zoeken mij. Ik ben Alisiv Ceran, student Engels en Mandarijn, was naar een examen buitenlandse politiek, had mijn telefoon uitgezet en zie nu pas wat er allemaal gaande is. Mijn vrienden hebben me gewaarschuwd dat ik verdacht word van terrorisme. Ik heb me opgesloten op een gehandicaptentoilet want ik durf niet naar buiten vanwege het gesunde Volksempfinden. Willen jullie me bevrijden?'

Zo ongeveer.

En dat deed de politie gelukkig. Met het geweer in de aanslag, want je weet maar nooit.

Twee dingen vallen op.
Anno nu moet je je eigen printer meenemen naar een examen. Dat is trouwens niet alleen zo op de universiteit (hoewel ik Kees er nog nooit over heb gehoord), maar het geldt ook voor de leerlingen die eindexamen doen van de middelbare school. Verlengsnoeren hebben ze blijkbaar wél in voldoende mate. Communicatieplatformen à la Blackboard ook. Maar electronisch examen doen met je eigen laptop, dat kan niet.

En je kan maar beter geen donkere huidskleur, een volle zwarte baard hebben EN een boek lezen over terrorisme.

Denemarken heeft een serieus racismeprobleem. Niet iedereen die een zwarte baard heeft en een boek over terrorisme leest, is een terrorist. Niet iedere Aziatische vrouw is een postorderbruid uit Thailand. Niet elke Roemeen is een dief. Maar mannen met zwarte baarden, Aziatische vrouwen en Roemenen – en zij die er zo uitzien – worden wel behandeld als uitschot.

Ik vrees dat het in Nederland geen haar beter is. En dat boek, ik ben er nog steeds niet achter van wie het is!