maandag 5 december 2016

Indsamling

Onlangs, op een regenachtige zondag, heb ik weer een Deense antropologische ervaring gescoord. Ik heb namelijk gecollecteerd, met zo'n rammelbus.

Dansk Flygtningehjælp, ofwel Deense vluchtelingenhulp, had 's zondags een grote landelijke actiedag waar ook een collecteronde bijhoorde.

Op zich heb ik niks tegen een wandelingetje op de zondagmiddag, maar het was retekoud en het regende. Goed ingepakt meldde ik me op het kerkkantoor van Hornslet, waar ik een bus (in de vorm van een bus!) kreeg uitgereikt, een sticker op m'n jas kreeg geplakt, een tas met foldertjes, een flesje water en een appel, en een route: Ballesvej, Skolevang, Kastanievej, Nyvej.

De laatste keer dat ik heb gecollecteerd was vijfenveertig jaar geleden, met mijn oma in Zwanenburg. Ik zie nog de groene bus (afgesloten met een loodje), en mijn kordate oma die aan elke deur wel een dubbeltje loskreeg. Niet in de laatste plaats omdat ze zo veel mensen kende.

Dus in zekere zin was mijn collecteronde een soort tijdreis. En toen ik eenmaal op pad was, werd nog een andere herinnering wakker gekust.

Weet je nog, als je vroeger bij een vriendje of vriendinnetje ging spelen? Hoe elk huis z'n eigen nestgeur had, en hoe die over je heen spoelde als je binnenkwam? Hoe de verlegenheid je beving, op de drempel van zo'n nieuw mini-universum?

Datzelfde beleefde ik dus weer 's zondags. Al die deuren en geuren. Huizen waar het rook naar versgebakken brood, of naar het zondagse varkensgebraad, of naar heftig waspoeder, of naar hond.

Wat een groot verschil is met vroeger is dat ik nu niet meer bang ben voor honden. Het was juist wel gezellig om een beetje met een hond te spelen terwijl de heer of vrouw des huizes naarstig op zoek ging naar kleingeld. Want, ander groot verschil met vroeger, mensen hebben vaak geen kontant geld meer in huis. Maar daar had Dansk Flygtningehjælp ook in voorzien: prominent boven het muntgleufje van de collectebus stond het telefoonnummer dat je kunt gebruiken om geld met je telefoon over te maken (daar is een app voor).

Het allerleukste en -liefste vond ik de mensen die zeiden “Ha, ik heb het geld al klaarliggen!” Dat waren over het algemeen bejaarden, die dan heel voorzichtig, voetje voor voetje, naar De Plek liepen met Het Geld, om weer net zo voorzichtig terug te komen en met een grote glimlach hun gave af te staan.

Op de een of andere manier is geld van metaal toch echter.

Het was dan ook heel bevredigend om aan het eind van mijn route terug te komen om mijn bus te zien worden... opengeknipt, en alle kronen en øre over de tafel te zien rollen.

Terwijl ik langzaam opwarmde met thee en brood en cake, telden twee dames het geld. En tot mijn verbazing kreeg ik een certificaat als dank voor het bedrag dat ik had opgehaald. Dat had ook wel iets prettig-kinderlijks.

Wat viel me verder nog op?

Dat bijna alle Denen hun deuren op het nachtslot hebben.

Dat je echt bij ie-der-een komt, ook degenen die niks willen geven, of kunnen geven, of die ziek zijn, of wier hoofd om welke reden dan ook helemaal niet staat naar een of andere sufmuts met een bus. Je dringt je op, hoe je het ook wendt of keert.

Gelukkig liep het allemaal goed af, zonder kleerscheuren of nare discussies – het had gekund, statistisch gezien stemt één op de vier Denen Dansk Folkeparti.

En gelukkig ben ik weer helemaal ontdooid voor de open haard. 'Eigen haard goud waard' krijgt na zo'n middag wel extra betekenis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen