Morgen mogen jullie. Mijn stem ligt al in Den Haag. Het voelde best een beetje bloot om te stemmen in het buitenland - zie hier.
En vanochtend mocht ik in 'Goedemorgen Gelderland' vertellen hoe dat nou is, stemmen vanuit het buitenland.
Het klinkt misschien raar uit de mond van een politicoloog, maar ik ben best blij dat de verkiezingen zich een beetje op afstand van mij bevinden. Als ik de Nederlandse krant en de commentaren op Twitter lees, dan word ik zo moe van het vliegen afvangen en de op het randje van onbeleefdheid balancerende one-liners.
Het duurt ook zo lang. Ik ben best van de dikke boeken en de lange films (Novecento!!) maar jemig, het kabinet valt in april en dan moet je tot september wachten voor je mag stemmen. Dus dan heb je ruim vier maanden verkiezingscampagne - in de zomervakantie. En daarna een jaar kabinetsformatie, als het even tegenzit. Belgische toestanden...
Nee, dan Denemarken. Het is bijna een jaar geleden dat Helle Thorning-Schmidt daar premier werd. In augustus werden de verkiezingen uitgeroepen en meteen hingen de lantaarnpalen vol met verkiezingsplakkaten. In september stonden de Denen in het stemhokje, en een week later waren de verkiezingsplakkaten opgeruimd.
Van tevoren hadden de partijen al uitgesproken met wie ze gingen samenwerken, waardoor de kiezer daarmee rekening kon houden in het stemhokje. Daarom kon het gebeuren dat niet de grootste partij (Venstre) maar de op een na grootste partij (sociaaldemcraten) de regering ging samenstellen, want hun coalitie had een (nipte) meerderheid. En in een maand tijd had de minderheidscoalitie een kabinet in elkaar getimmerd. Daarna ging ze voortvarend aan de slag - bezuinigingen en ontslagen links en rechts, dat dan weer wel.
Waarom duurt het in Nederland dan zo lang? Ik heb ervoor doorgeleerd maar sta nog steeds voor een raadsel. Durven partijen geen lijstverbindingen aan? Weten politici niet van tevoren of ze minister of staatssecretaris willen worden? Hoe lang kun je over iets praten als je weet dat je uiteindelijk toch tot een vergelijk moet komen?
Hoe dan ook, de kans lijkt me klein dat Nederland in 2012 nog een vrouwelijke premier krijgt.
dinsdag 11 september 2012
donderdag 23 augustus 2012
... en anden gang sejlads...
...weer een zeilblogje....
Afgelopen weekeinde heb ik voor het
eerst van mijn leven een regatta gezeild als kapitein. Het goede
schip Sahra, mijn H-boot uit 1973, ontdeed ik twee dagen tevoren van
mosselen, zeepokken en andere ongerechtigheden, zodat ze sneller zou
kunnen zeilen. Nou dacht ik dat ik niet zo heel erg competitief was
ingesteld, maar zo kom je nog eens ergens achter....
Ook wilde ik graag met een spinaker
zeilen (zo'n bol felgekleurd zeil voorop een boot), want daar ga je
harder mee. Maar aangezien ik dat nog nooit had gedaan in eigen boot
leek het niet zo'n goed idee om dat nou eens in een wedstrijd te
proberen. Al kwam ik ernstig in verleiding, toen de wind en de route
er opeens heel erg geschikt voor bleken.
![]() |
| Dit is een spinaker |
Zeilen is, zoals zo veel sporten, goed
voor je karakter. Ook slecht voor je karakter, bij nader inzien.
Laten we het houden op 'karaktervormend'. Voorbeeld: enige
ordelijkheid is gewenst, anders kom je niet ver, of wordt het zelfs
gevaarlijk. Al het rondslingerende touwwerk op een boot moet je een
beetje netjes houden, want als je opeens aan een schoot (=touw dat
aan zeil vastzit) rukt, moet je wel de juiste beet hebben, en moet
het niet vastzitten in een spaghetti van touwen.
Ander voorbeeld: een vooruitziende
blik. Als je een koukleum bent, kun je maar beter goede zeilkleding
dragen. Maar die moet je wel meenemen – ook als je denkt dat het
niet nodig is, anders heb je er niks aan.
Enige flexibiliteit is ook gewenst. Het
weer kan erg grillig zijn, en dan moet je er tegen kunnen om in de
haven te besluiten :'nee, we gaan niet'. Misschien waait het te hard
– of gaat het harder waaien dan je aankan. Dan heb je op zee niks
te zoeken.
Maar ja, hoe gaat dat: je hitst mekaar
op van de zeilgekkigheid. Zo kon het gebeuren dat ik met Katarina op
zee dobberde met eersterangs uitzicht op een onweersbui. Gelukkig
kwamen we er niet in terecht, maar we kregen wel een zwiep van de
staart ervan mee. En toen wou m'n motor niet starten. Wat werden we
nat! En wat ging de boot op en neer! Wel prachtig om te zien, storm
en regen op zee.
| Kata en de storm |
Andersom moet je ook kunnen besluiten
dat de gelegenheid té mooi is om je te laten ontglippen, dus dat je
nu, heute, maintenant, subito, vanmiddag nog- wilt gaan zeilen. Dit
stelt dan weer bijzondere eisen aan de partner van de zeiler in
kwestie, als je zelf tenminste impulsief bent aangelegd.
Maar ik dwaal af.
De regatta zeilde ik met twee andere
vrouwen, waarvan er eentje uitgesproken on-competitief is. Ze had
geen zin in geschreeuw en gedrang bij de startlinie. Nou ben ik daar
ook niet direct een fan van maar ik ga het niet uit de weg, op mijn
testosterondagen.
Dit alles noopte mij tot het formuleren
van zeildoelen, ter bemoediging en geruststelling van de crew. Hello
Kitty-zeildoelen, zo zoet en meiderig waren ze. Eén we komen voor
sluitingstijd binnen (hoe simpel kan het zijn, maar wie weet ook: hoe
moeilijk). Twee: we zijn niet de laatste (ook redelijk soft). Drie:
we maken er een leuke dag van (heel erg soft, maar aan de andere
kant: probeer het maar eens leuk te houden als het zeikt van de regen
en je met twee relatieve onbekenden zeven uur lang zit opgesloten op
een bootje. Met een emmer als wc). Vier: we worden eerste van onze
klasse (rijkelijk ambitieus, maar een onhaalbaar doel erbij is ook
goed voor je realiteitszin).
| Het goede schip Sahra in de 3broer-regatta (foto: Esben Harder) |
Wel, we werden vierde van onze klasse.
En we hadden een leuke, zonnige dag – eerst op het water, daarna op
de wal. De mooiste herinnering (naast onze triomfantelijke
binnenkomst natuurlijk) is het uitzicht van achter mijn bord:
zoethoutpannacotta, bloemetjes, mijn teamgenoten en nog veel meer
mensen aan een lange tafel, knus keuvelend in Deens dat ik maar half
versta. Ongeveer zoals toen ik klein was, liggend in bed, terwijl
mijn ouders een feestje hebben en je wegsoest op het geroezemoes van
vrolijke stemmen.
Kortom, volgend jaar weer! En dit
weekend gaan we de eerste meerdaagse zeiltocht van ons leven maken...
donderdag 2 augustus 2012
Sejlstævne (på dansk)
Sejlads for begyndere
Sejlads – i mit tilfælde noget, jeg
er i fuld gang med at lære. Jeg begyndte sidste år, købte en H-båd
i april og arbejdede som frivillig på stævnekontoret under
europamesterskaberne i soling ved Kaløvig Lystbådehavn – mens jeg
blot ugen inden sejlede de to første kapsejladser i hele mit liv.
Som ballast.
Så hvis der er én, der har et...
måske naivt indtryk af, hvad der foregår på en kapsejlads, så må
det være mig. Dog ikke i lang tid, for jeg må indrømme, at jeg er
blevet fanget af kapsejlads: hastigheden, kaosset, sejlteknikken...
Det kommer hurtigt til de mennesker, der deltager. Unge og ældre
sejler koncentrerede og vedholdende. Husk også de mennesker, der
bidrager til kapsejladsen på andre og lige så uundværlige måder:
Kvinder og mænd, der hejser og nedtager flag, sejler på linie- og
stafetbåde og tænder grillen og står for barbecuen bagefter.
Men det er, hvad jeg tænker nu - efter
mesterskabet. Mandag den 10. juni havde jeg næppe en mening om
kapsejlads, bortset fra at jeg var bekymret for flagene – kunne jeg
huske alt? (Selvfølgelig kunne jeg ikke det, men heldigvis svarer
bøger og venlige mennesker tålmodigt på indlysende spørgsmål.)
Det første, jeg lagde mærke til, var
høje mænd i små både. Hvorfor var de der? Hvad tiltrækker dem
ved solingen? Jeg spurgte Johan Offermans, formand for International
Soling Association, der selv er en høj mand (når jeg står på en
stol, kan jeg lige nøjagtig se ham i øjnene – så stor er han),
men han undgik at svare på spørgsmålet ved at fortælle, at han
har en større båd derhjemme. Jo da. Ludwig Beurle, Yann Neergaard,
Roman Koch - heller ikke spinkle mænd. I øvrigt var alle
solingsejlere mænd, bortset fra én: Susanne Kuchta.
Det andet, jeg så, var kaos og
voldsomme temperamenter, lige før starten gik – efterfulgt af ro
på vandet lige derefter – bortset fra nogle skænderier, når
bådene sejlede rundt om mærkerne.
Det tredje, jeg fandt
bemærkelsesværdigt, var vejrets betydning. Man bruger vind til at
sejle, men vinden er der ikke altid. Og ingen vind er helt
forfærdeligt for sejlere. På den anden dag af mesterskabet, tirsdag
den 11. juni, var der for lidt vind. Aldrig før i mit liv har jeg
set så mange mænd kede sig sammen.
Eller der er for meget vind. Eller den
blæser ikke stille og rolig fra samme retning, som du ville ønske,
men springer frem og tilbage… fra en blød vejrtrækning i det ene
øjeblik til kulingstyrke i det næste. Før og under kapsejladsen
holdt stævnelederen (i dette tilfald Thomas Jørgensen) sammen med
hjælpere langs ruten nøje øje med, at vinden blæste fra samme
retning under hele kapsejladsen, for ellers er det ikke fair for
sejlerne. Det sjove er, at det er så nemt at skifte bane på vandet:
Man skubber bøjerne nogle grader frem eller tilbage. Ikke en metode,
rytterne i Tour de France ville have glæde af, for vejene på Alpe
d'Huez flytter sig ikke så meget.
Jeg lagde også mærke til, at
klublivet er det samme overalt. Der er dog små forskelle: I Holland,
hvor jeg kommer fra, ser man ikke så tit små skåle med
vingummibamser eller andet slik på mødebordet, når der kun er mænd
til stede, men det gør du i Kaløvig Bådelaug... Men engagementet,
fra morgenstund til solnedgang (og derefter), med sjov, vitser,
problemer (af og til) og indbyrdes gavmildhed er det samme.
Breddesport er hyggeligt, og - skal man huske - vuggen for
professionelle sportsudøvere!
Inger Stokkink, Stickelbergs Bureau
Sejlstævne (på engelsk)
![]() | |
| BANG - and they're off ... |
Sailing – in my case the ongoing
story of the steep learning curve. Started sailing last year, bought
a H-boat in April, and worked in the Racing Office of a sailing event
– the Soling Class European Championship (having sailed all of two
regattas in my whole life – just the week before. As ballast).
So if anyone has a fresh, if not naive
impression of what goes on at a regatta, it must be me. Not for long
though, because I must admit that I have been bitten by the regatta
bug: the speed, the chaos, the know-how. And of course the people
involved: young and old are sailing concentrated, even doggedly
determined. And I shouldn't forget the people who make their
contribution to a sailing event in other, indispensable ways: the
women and men who raise and lower the flags, man the boats and keep
the barbecues burning.
That's what I am thinking now, at the
end of the championship. On Monday 10 June, I had hardly formed
myself an opinion about regattas, other than that I was worried about
the flagging bit: would I be able to remember it all? (Of course I
wasn't. Luckily, there are books, and helpful people who patiently
answer obvious questions).
The first thing I noticed was: what are
these tall big men doing in such small slender boats? I asked Johan
Offermans, the president of the International Soling Association,
himself a tall man (if I stand on a chair we can just about see each
other straight in the eyes – that tall), but he adroitly evaded an
answer by saying that he had a bigger boat at home – yeah right.
Ludwig Beurle, Yann Neergaard, Roman Koch. No gaunt little men. By
the way, almost all competitors were men, except for one woman:
Susanne Kuchta.
The second thing I noticed is the chaos
and heated temperaments at the start, and the (relative) quiet
immediately afterwards -except for some skirmishes when the ships
were rounding the marks.
The third thing I noticed was the
importance of the weather. In order to sail you need wind. But the
wind is not always there. And no wind is a terrible thing in sailing.
On the second day of the championship, Tuesday 11 June, there was too
little wind, and I have never seen so many bored men together at the
same time.
Or there is too much wind. Or the wind
is not continuously blowing steadily from one direction, like you
wish it would, but hopping about, dwindling to a mere breath one
moment, and blowing up to a storm the next. Before and during the
regatta, the Principal Racing Officer (in this case Thomas Jørgensen)
was keeping a close eye on the wind, together with helpers along the
racing course. Reason for this is that the wind has to blow form the
same direction all the time during the race, otherwise it's not fair.
The nice thing is that you can move the course easily on the water:
just move the buoys a couple of degrees, and you're ready. Not
something that would make cyclists happy at the Tour de France. But
then of course the Alpe d'Huez doesn't change that much from day to
day.
The fourth thing that attracted my
attention was that club life is the same everywhere. Well, in the
Netherlands you wouldn't have an all-male meeting with little dishes
of gummi bears and other sweets on the table, accompanying the
coffee. You will, though, in Kaløvig Bådelaug... But the
dedication, from early in the morning until late at night, the fun,
the jokes, the problems (sometimes) and the mutual generosity are the
same. Recreational sport is 'hyggelig' – and, let's not forget,
the breeding ground for professionals!
Sejlstævne (hollandsk)
Het is weer zover, volgende week duik ik onder in een internationaal zeilevenement: http://www.sailing-aarhus.dk/eurosafyouthsailing/
Niet als deelnemer, al word ik wel hier en daar 'zeilmeisje' genoemd vanwege mijn nieuwe hobby. Havensnol zou iets meer op z'n plaats zijn. Of viswijf.
Maar ik dwaal af.
Bij dit zeilevenement pak ik mijn oude stiel als secretaresse weer even op en help ik de Racing Office (wedstrijdkantoor) met allemaal administratieve hand- en spandiensten, zoals ik dat begin juni deed. Daar schreef ik het volgende stukje over (in Nederlands, Engels en Deens)
Niet als deelnemer, al word ik wel hier en daar 'zeilmeisje' genoemd vanwege mijn nieuwe hobby. Havensnol zou iets meer op z'n plaats zijn. Of viswijf.
Maar ik dwaal af.
Bij dit zeilevenement pak ik mijn oude stiel als secretaresse weer even op en help ik de Racing Office (wedstrijdkantoor) met allemaal administratieve hand- en spandiensten, zoals ik dat begin juni deed. Daar schreef ik het volgende stukje over (in Nederlands, Engels en Deens)
![]() |
| Klaar voor de start? |
Zeilen – wat mij betreft het verhaal
van de steile leercurve. In april een jaar te vroeg een boot gekocht,
en vorige week geholpen in de Racing Office van een zeilkampioenschap
– het Europees kampioenschap in de Solingklasse. Dit terwijl ik de
woensdag ervoor voor het eerst in een regatta had meegezeild. Als
ballast.
Kortom, als iemand onbevangen en als
een volledige buitenstaander tegen zeilwedstrijden aankijkt, dan ben
ik het wel. Nog wel, want ik moet bekennen dat ik de smaak van
regattazeilen wel te pakken heb gekregen – de snelheid, de chaos,
de techniek. En de mensen: jong en oud die geconcentreerd, soms
verbeten, zeilen.Of op een andere manier hun steentje bijdragen aan
de een zeilwedstrijd: de mannen en vrouwen van de vlaggen, de
pendelbootjes en de barbecue. Maar dat zeg ik nu, aan het eind van
het kampioenschap. Op maandag 10 juni had ik nog nauwelijks een
mening over regattazeilen, behalve dat ik me zorgen maakte over het
gedoe met de vlaggetjes: zou ik dat wel allemaal onthouden?
Het eerste wat me opviel was: wat
moeten die grote mannen in die kleine bootjes? Ik vroeg het de
voorzitter van de Solingklasse, Johan Offermans (als ik op een stoel
sta kunnen we elkaar bijna recht in de ogen zien, zo groot dus), maar
die ontweek de vraag handig door te zeggen dat-ie ook een grote boot
had. Ja ja. Ludwig Beurle, Yann Neergaard, Roman Koch. Geen schriele
ventjes. Het waren trouwens ook allemaal mannen die zeilden, op één
vrouw, Susanne Kuchta, na.
Het tweede wat me opviel was de chaos
en opspelende temperamentjes voor de start, en de (relatieve) rust
daarna. Op wat gedonderjaag na bij de wendpunten op de wedstrijdbaan
.
Het derde: wat me opviel: het weer. Als
leek denk je er niet zo over na, maar om te zeilen heb je wind nodig.
Maar die is er niet altijd. Of er is teveel van. Of de wind waait
niet constant uit dezelfde hoek, maar springt rond. Voor en tijdens
de wedstrijd houdt de wedstrijdleider (Principal Racing Officer, in
dit geval Thomas Jørgensen) dat met hulp van anderen nauwlettend in
de gaten, en zo kan het gebeuren dat de racebaan tijdens de race
wordt verlegd. Reden daarvoor is dat de wind de hele wedstrijd door
uit dezelfde hoek moet waaien, anders is het oneerlijk, en het
prettige is dat dat op het water redelijk gemakkelijk kan. Je verlegt
gewoon even een paar boeien, en klaar. Zoiets zouden ze in de Tour de
France niet moeten proberen. Maar daar verandert de Alpe d'Huez ook
niet zo veel.
Geen wind is vreselijk. Dinsdag was er
te weinig wind, en ik heb nog nooit zoveel mannen bij elkaar zich
zien vervelen. Aan het eind van de middag ontsnapten er een paar
bootjes om dan maar iets leuks voor zichzelf op het water te gaan
doen bij het zuchtje wind dat langs Kaløvig waaide.
Het vierde wat me opviel is dat
verenigingen in wezen overal hetzelfde zijn. Goed, in Nederland zul
je niet gauw in een vergadering met alleen maar mannen schaaltjes met
gummibeertjes en ander snoep op tafel zien staan als begeleiding van
de onvermijdelijke koffie. Bij Kaløvig Bådelaug dus wel. Maar de
inzet, van vroeg tot laat, en de lol, de plagerijtjes, het gezeik (af
en toe) en de generositeit over en weer is hetzelfde. Breedtesport is
'hyggelig'! (= gezellig) – en de broedstoof voor professionele
sporters.
woensdag 1 augustus 2012
Venskab
![]() | ||
| Oude en nieuwe vrienden |
Vandaag is het twee jaar geleden dat we
in Denemarken aankwamen. Of eigenlijk is het gisteravond twee jaar
geleden, maar 1 augustus was de eerste volle dag (mierenneukmodus).
Ik kan me niet herinneren of we er
vorig jaar uitvoerig bij hebben stilgestaan. Op dit blog in elk geval
niet. Maar het kan geen kwaad even terug te kijken. Uit een baaierd
van onderwerpen (verkeer, politiek, drop, buitenlanders) kies ik het
hoofdje 'vriendschap'.
Gisteren heb ik vrienden uitgezwaaid
die nu in Noorwegen gaan wonen. Eerder deze maand hebben we andere
vrienden uitgezwaaid, die teruggingen naar Australië. Zoiets stemt
tot nadenken.
Vriendschappen in den vreemde zijn snel
gesloten. Voor mij dan he. Niet alleen omdat je wel moet (mensen zijn
sociale dieren en ik ben geen uitzondering), maar ook omdat je wensen
en eisen anders zijn dan 'thuis': het netwerk van vrienden en
relaties dat je in je leven hebt opgebouwd is op grotere afstand
komen te liggen. Je leven van alledag ziet er ook anders uit, is door de emigratie overhoop gehaald en je bent jezelf opnieuw aan het uitvinden. Verder
ben je een vreemdeling, en de neiging is groot om je heil te zoeken
bij andere vreemdelingen. Daarbij komt dat het moeilijk is om
aansluiting te vinden bij Denen, vooral in het begin – de taal zit
zo in de weg, en Denen hebben hun eigen (in de loop van hun leven
opgebouwde) netwerk.
Maar er is ook nog iets anders. Je bent
ouder, en stelt andere eisen aan vriendschappen dan toen je jonger
was. Je weet beter wat je wilt, wat je prettig vindt, waar je niet
goed in bent en waar je knettergek van wordt. Zo ben ik niet goed in
zingeving, godsdienst en andere soorten zweverigheid. Ook ben ik
niet goed in gevoelens en kinderen en 'vrouwendingen' (behalve
schoenen, stoffen en tassen). Maar ik ben heel goed in zakmessen en
andere gadgets, in zeilen, boeken en politiek. Of in elk geval ben ik
in die onderwerpen geïnteresseerd.
Ook ligt er minder druk op
vriendschappen. Van vriendschappen in mijn school- en studententijd
kan ik me herinneren dat het zo belangrijk was wat je van elkaar
vond, en wat anderen van je vonden, en de balans tussen hoe nodig je
elkaar had, of juist niet, hield ik nauwlettend in de gaten. Terwijl
ik dit opschrijf, valt me het zotte (en hoogmoedige) ervan op. Met de kennis van nu, uiteraard.
Tegenwoordig lig ik er niet meer zo
wakker van hoe belangrijk ik voor een ander ben. Of de ander voor
mij. Een beetje 'onbalans' is er altijd wel in een vriendschap, en
zoalng beide partijen daar mee kunnen leven, is het okee. Trouwens,
de balans past wel op zichzelf, die hoeft niet geanalyseerd te
worden. En je stelt je sneller open voor
mensen, je durft meer dan vroeger.Twintig jaar geleden, toen ik weer terugkwam naar Nederland
na drie jaar Italië, ging ik weer cricketen bij mijn oude club
Hippo. Met de meeste teamgenoten pakte ik de draad meteen weer op,
veel makkelijker en relaxter dan daarvoor. Waarom? Geen idee. Ik wijt
het aan rust, ouderdom, en minder hooggespannen verwachtingen. En
toen was het opeens veel leuker ook!
Maar goed. Ondertussen ben ik toch maar
twee goede vriendinnen met leuke echtgenoten kwijt, of liever, ze
zitten op afstand, en als tactiel aangelegd persoon is dat wat
onhandig. Maar verder is alles goed :-)
woensdag 30 mei 2012
Bare slappe af
Gek word ik ervan. Vraag je aan Deense
vrienden wat ze doen, gaan doen of hebben gedaan: 'Oh, jeg skal bare
slappe af' zeggen ze dan. 'Slappe af' betekent ontspannen. Relaxen.
Het kan aan mij liggen maar ik vind het
vaag klinken. Ik houd niet van containerbegrippen. En de woorden
zelf, 'slappe af' (in het Deens klinkt het als 'sleppe èh') ze
klinken niet erg appetijtelijk. (Ik zou bijna zeggen: ik krijg er
geen stijve van). Om de verwarring nog te vergroten: relaxed in het
Deens is 'afslappend', maar dat klinkt dan weer als 'auwsleppend'.
Als taal is Deens bepaald niet 'rielekst', voor je het weet zing je
een woord helemaal verkeerd en dan is de verwarring weer compleet.
Maar ik dwaal af.
'Slappe af', ontspannen dus. In mijn
ogen is dat een nogal wijds begrip. Lezen, slapen, zwemmen, je
teennagels lakken, je schroevendraaiers op kleur en volgorde leggen,
punniken, gitaarspelen, in bad... Maar als Denen ontspannen, doen ze
niks. Tenminste, dat zeggen ze, ik heb het aan verschillende
gevraagd.
Onder nietsdoen versta ik vrij
letterlijk 'niets doen'. Niet bewegen, blik op oneindig, verstand op
nul – en ik kan me gewoon niet voorstellen dat een Deen, een mens,
een levend wezen vrijwillig en voor z'n genoegen in de zombiestand
gaat. En dat dan een heel weekend achter elkaar!
Vanmiddag lag ik onder het mes bij de
kapster en in een opwelling besloot ik het haar te vragen. 'Helle,
wat bedoelen Denen nou als ze zeggen dat ze ontspannen?' Helle's
antwoord was simpel. 'Dat kan voor iedereen iets anders zijn: een
boswandeling, lezen... maar voor mij betekent het niet-bewegen,
bankzitten. Vrije tijd. Programmaloze tijd. Iets doen wat je leuk
vindt, zonder afspraken of verplichtingen – bare slappe af.'
Toen begon ik het te begrijpen. Waar
Denen zeggen dat ze niets doen, zeggen wij dat we een beetje
aanrommelen - maar we doen dan per saldo niks. Toch gebruiken we er een actief woord voor, want ledigheid is des duivels oorkussen. Zou dat de
invloed van het calvinisme zijn? Dat we nietsdoen verheffen tot (of maskeren door) een handeling – al is het maar aanrommelen?
Abonneren op:
Posts (Atom)




